Vrijwilliger van de maand Tijs van Erve: “De liefde voor de atletiek”
Tijs van Erve is 39 jaar oud, woont vlakbij de watertoren in Tilburg en is al een leven lang lid van Attila. Hij is iemand met een geprononceerde mening en een sterke gedrevenheid, en hij komt daarmee soms in botsing met zijn omgeving. Maar vooral is hij met hart en ziel assistent-trainer van de sprintgroep. Ik sprak met Tijs op een woensdagavond in het clubhuis.
Wanneer kwam je bij Attila, en hoe kwam dat ?
“Op 5-jarige leeftijd, dus dat was in 1991, kwam ik bij Attila. Ik wilde heel graag op atletiek. Het beste in jezelf naar boven halen en daarbij ook de confrontatie met jezelf aangaan. Dat sprak me, misschien als kind nog onbewust, aan.”
Ben je zelf actief geweest als atleet ?
“Ik ben als junior eerst hordeloper geworden, dat kon ik redelijk en mocht ik ook in de competitie doen totdat ik te vaak over de horden viel en nul punten kreeg. Toen hadden ze een speerwerper nodig, dat werd ik maar ik heb nooit verder geworpen dan 45 meter. Daarna werd ik gevraagd in het estafetteteam 4x100m en kwam ik in de sprintgroep. Met de estafette hebben we vaak de landelijke finale gehaald. Vanaf B1 zes of zeven jaar lang liepen we in een vaste samenstelling met Yuri Engels, ikzelf, Rens Heij en Boy Coolen. Wij trainden bij Coen Huijding het hele jaar door op de estafette. Individueel waren we landelijk geen toppers, we haalden de winst uit de wissels. Als B-junioren werden we een keer in de A-junioren competitie toch tweede of derde landelijk. Als senior liep ik in de competitie ook de 400 meter.
Ik heb nog steeds een wedstrijdlicentie, maar ik doe niet meer mee in de Masters-competitie. Dat komt doordat onze M55-toppers veel meer punten scoren met dezelfde tijden als ik. Bij de Ten Miles heb ik een clubrecord 5 km op de weg gelopen. De tijd daar hebben we het niet over, maar het clubrecord M35 was vacant.”
Wat heb je als vrijwilliger bij de club gedaan ?
“Ik heb lang geleden al het pupillenkamp mee georganiseerd, ik ben ploegleider geweest van de junioren en senioren, in de organisatie van de Kruikenmeerkamp meegedraaid, de T-Meeting mee opgezet, training gegeven, de Visie Attila 2025 mee opgezet, de Verenigingsdag bedacht, dat soort dingen. Ook heb ik in het bestuur van de Warandeloop gezeten, en in de organisatie van de EK Cross in de Beekse Bergen.”
Wat doe je momenteel, en hoeveel uren ?
“Sinds een jaar of 15 geef ik samen met Coen Huijding training aan de sprintgroep. Coen had een grote groep en kon wel een assistent gebruiken. Ik geef twee keer in de week training, en elke training duurt 2 uur.”
Wat vind je er leuk aan, en wat minder leuk ?
“Ik ben totaal anders dan Coen, maar als we samen op de baan staan hebben we iets gezamenlijks namelijk de liefde voor de atletiek. We vullen elkaar aan en vanuit respect voor elkaar werken we goed samen. Ik leer erg veel van Coen, zowel op technisch als op didactisch vlak. Wat ik leuk vind is atleten iets bijbrengen waar ze daarna profijt van hebben. Dat de bijdrage die je levert ook echt resultaat heeft.
Wat ik minder leuk vind kan ik niet bedenken. Zelfs als we met maar drie atleten in de regen staan. Het enige vervelende is als anderen, soms ook atleten, zeggen dat onze techniektraining anders moet. Coen en ik nemen die dingen wel serieus maar tot nu toe vinden we toch steeds dat onze manier van training geven goed is, daar zijn we eigenwijs genoeg voor. Standvastig noemen we het liever. Onze trainingen zijn belastend maar we zien dat het werkt. Natuurlijk ontwikkelt onze manier van training geven zich wel op basis van wat we zelf in de groep zien.”
Wat is je grote drijfveer ?
“Ik vind atletiek een mooie sport, en ik vind de samenwerking met Coen heel fijn. We hebben een heel fijne groep die leergierig is waardoor je dingen kunt overbrengen. En ik doe graag iets nuttigs, er zijn vaak genoeg trainers nodig. Maar ik doe het voor onze atleten, niet zozeer omdat het Attila is. Coen en ik doen ons eigen ding. De groep geeft me energie terug en houdt me gemotiveerd.”
Wat vind je goed aan de vereniging Attila, en wat niet ?
“Dit vind ik een lastige vraag. Voor mijn gevoel is Attila niet meer echt mijn vereniging, doordat er tussen mij en de club een aantal dingen gebeurd zijn. Positief vind ik dat de club veel inzet op de jeugd en daaromheen dingen goed organiseert. En dat de financiën op orde zijn.
Wat ik jammer vind is dat diverse dingen die ik in het verleden gedaan heb, initiatieven die ik genomen heb, niet echt gezien of gewaardeerd zijn. De T-Meeting werd binnen enkele jaren een succes, landelijk de derde grootste wedstrijd, maar ik voelde me binnen Attila soms tegengewerkt en daarom ben ik ermee gestopt.”
Voel je je gesteund en gewaardeerd door het bestuur / anderen ?
“Ik voel me gewaardeerd door de atleten die ik training geef, en ik voel me ook gesteund door Coen en andere trainers die we spreken. Toen we een keer een werptrainer attendeerden op veiligheidsrisico’s werd dat ook gewaardeerd.”
Wat wil je in de toekomst nog doen, hoe zie je jezelf bij Attila over 10 jaar ?
“Een eerlijk antwoord? Dat is afhankelijk van hoe lang Coen het volhoudt. Hij is nu 77 en nog fit; zolang hij doorgaat ga ik ook door. Maar als hij wegvalt, ben ik weg. Want wat Coen doet kan ik niet overnemen. En met een ander zal ik nooit dezelfde klik hebben denk ik. Misschien zou ik dan actief worden bij de rugbyclub waar mijn zoontje sport, want daar kunnen ze ook trainers gebruiken.”
Wat zijn buiten Attila je activiteiten en liefhebberijen ?
“Ik werk bij een adviesbureau als projectleider bij civieltechnische projecten, meestal in opdracht van gemeenten. Mijn hobby’s zijn wat ik bij Attila doe en tweedehands Lego. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. Mijn dochter Floor is 5 en zit op atletiek, bij de ieneminies van Attila.”
Heb je vragen gemist ?
“Wat ook een mooie vraag zou kunnen zijn is: wat zou je de vereniging nog willen meegeven, een goeie tip of iets anders waar de vereniging iets mee kan? Daar zou je best leuke antwoorden op kunnen krijgen.”
Tijs, wat zou je de vereniging nog willen meegeven?
“Ik zou de vereniging nog willen meegeven dat we lief voor elkaar moeten zijn, dat we een mooie sport hebben waar we allemaal van houden, en dat we daarin meer de verbinding moeten zoeken. Ik denk dat we moeten focussen op wat ons verbindt.”
Aan welke vrijwilliger geef je het stokje door ?
“Jan van der Laak, bestuurslid van Attila.”
door Michel van Eijkelenburg

