Olympisch verhaal 5 Arno Klaassen: "Olympiër zijn is heel bijzonder"

Afgelopen jaar verscheen een boek geschreven door Henk van Doremalen en Thijs Kemmeren, getiteld “Olympische verhalen en meer” (uitgave Pix4Profs, 2024). Het boek gaat over topsporters uit Midden-Brabant die aan Olympische Spelen hebben deelgenomen. Uit de tientallen sporters die het boek behandelt pikken wij de atleten die een link met Attila hebben of gehad hebben.
Deze keer de sprinter Arno Klaassen (geboren Tilburg 1979) die in de bobslee Olympiër werd, van Turijn 2006 tot en met Sotsji 2014. Hij kwam in het bobteam terecht dankzij zijn kracht en snelheid, want de slee moet zo snel mogelijk aangeduwd worden.
In zijn huis hangt een grote foto van een viermansbob “Torino 2006”, en Arno zit erin. Hij is er terecht trots op. Arno vertelt: “Turijn was een geweldige ervaring, de eerste keer dat je zoiets meemaakt, alles is speciaal en overweldigend. Je komt allerlei sporters tegen, ook van sporten die je in Nederland nooit ziet.”
Maar hoe komt een sprinter erbij om bobslee te gaan doen? “Toen ik deelnam aan studentenkampioenschappen atletiek in 2005 ben ik door Arend Glas gescout voor de bob. Ik moest wel even nadenken, want voor de trainingen en wereldbekerwedstrijden moest ik mijn studie werktuigkunde uitstellen. En ik moest 20 kilo zwaarder worden, want een viermansbob inclusief bemanning moet op 630 kilo uitkomen.” In Turijn 2006 eindigde de Nederlandse bob met Arno als zestiende.
Vervolgens bleef Arno lid van het team op weg naar de volgende Spelen, Vancouver 2010. “Maar daar kreeg ik te horen dat ik reserve zou zijn, dat was heel teleurstellend.”
“Sotsji 2014 was heel speciaal. Werkelijk alles was geregeld, het mocht wat kosten. We zaten in de bergen op 100 km van Sotsji, maar er was een speciale spoorlijn aangelegd en zo kon ik naar allerlei wedstrijden gaan kijken. Wij werden met de viermansbob elfde.”
“Olympische Spelen hebben wel impact op je leven. In Turijn kwamen mijn familie en kennissen kijken. Ook later toen ik ging solliciteren merkte ik hoe het in de belangstelling staat, altijd ging het toch al gauw tien minuten over mijn Olympische optredens.”
samenvatting: Michel van Eijkelenburg

